De Panne - Het natuurreservaat van de westhoek
Algemene waardering:![]()
![]()
![]()
![]()
Moeilijkheidsgraad:![]()
![]()
![]()
Afstand: 6 km
Vertrekpunt: Aan de infokiosk in de Schuilhavenlaan bij de noordelijke ingang van het reservaat De Westhoek. Tijdens de wintermaanden is deze kiosk gesloten. Er is wel een informatiebord met een plan. Volg vanuit De Panne of Adinkerke de wegwijzers naar deze kiosk.
De wandeling: Je vertrekt aan de informatiekiosk in de Schuilhavenlaan. Je volgt eerst het met groene paaltjes bewegwijzerde Ligusterpad. Je wandelt door de noordelijke pannengordel. Lage duinruggen omsluiten enkele duinpannen. Hier groeit laag struweel en vind je graslanden die zich in een kalkrijk milieu thuis voelen.
Je begeeft je nu in een grote zandzee. Meteen ben je onder de indruk van de uitgestrektheid van dit centrale stuifduin, ook wel de Sahara genoemd. Dit is een 400 m brede wandeltuin waar men elk stadium van duinvorming terugvindt. Begroeiing is er nauwelijks. Hier en daar steekt er nog een dode stam boven een zandtop uit, van een boom die lang geleden de strijd tegen het oprukkende zand heeft moeten opgeven. De dolle wind waait het zand onophoudelijk voor zich uit. Sporen worden zo meteen weer uitgewist.
De weg stijgt naar een duintop waar je een kruispunt van wandelpaden bereikt. Hier volg je de gele bewegwijzering van het Helmpad. Stilaan wordt het stappen moeilijker: je wandelt over lichtjes kronkelende duinhellingen door diep mul zand. Je wandelt verder langs de zuidelijke rand van de Sahara. Links strekt zich een oude pannengordel uit. De duinruggen zijn er hoger dan in de noordelijke pannengordel. In de pannen groeien struiken en jonge bosjes. Om deze begroeiing wat af te remmen en de typische duinflora meer kansen te geven, laat men er shetlanders of konikpaarden. Die laatste zijn nakomelingen van het uitgestorven Europese wilde paard, de tarpan. Achter die pannengordel zie je het bos van de oude binnenduinen.
Je bereikt een T-kruispunt. Kies er rechts het Grenspad, dat met oranje palen is bewegwijzerd. Je loopt nu pal op de grens met Frankrijk. Op weg naar het strand doorloop je weer alle duinfasen: het centrale stuifduin, de noordelijke pannengordel met de duinpannen waar konikpaarden grazen en vervolgens de jonge duinen bij de kust. In de stroken met dicht struweel kun je heel wat zangvogels horen. In het winterhalfjaar is het een pleisterplaats voor trekvogels, die er reserves opdoen voor de lange tocht. De bessen van de duindoorn en de wilde liguster zijn dan erg in trek.
Je bereikt het strand. Langs de vloedlijn loop je nu terug tot bij de eerste flatgebouwen. Zo bereik je opnieuw het vertrekpunt bij de ingang van het reservaat. Net voorbij de vloedlijn werden rijshouthagen geplant die het eerste zand wat vasthouden. Zo ontwikkelen zich hier al embryonale duinen. Iets dieper vervult het helm dezelfde functie. Toch verloopt de cyclus zo dat al dit zand vroeg of laat dieper het reservaat wordt ingeblazen.
Eindoordeel: Een mooie, maar nogal zware tocht. Vooral in de duinen is het met momenten zwaar door het mulle zand. Mooie uitzichten op de panoramaplaatsen. Ga er vooral naar boven, het loont de moeite.